1103 – Nu Goede Vrijdag nadert zullen diegenen die Mij kwellen en elk spoor van Mij trachten te verwijderen, op die dag zwaar te lijden hebben
Zondag 13 april 2014, 19.00 u.

Mijn zeer geliefde dochter, het is Mijn Wens dat diegenen die van Mij houden, het tijdens deze Goede Week oprecht weer goedmaken door de Gave van Verzoening. Wanneer jullie Mij waarachtig spijt betonen voor jullie zonden, dan stort Ik een bijzondere Gave van Aanvaarding over jullie uit, in overeenstemming met Mijn Heilige Wil. Ik smeek jullie om zoals nooit tevoren op Mij te vertrouwen in dit moment van de geschiedenis, want indien jullie aandachtig luisteren dan kan Ik Mijn Woord bij iedereen laten horen – ook bij diegenen die Mij helemaal niet kennen.

Toen Ik achtervolgd werd door Mijn vijanden, hadden zij er alles voor over om Mij in diskrediet te brengen.  Zij reageerden hun razernij af op veel arme onschuldigen en folterden mensen van wie ze dachten dat ze bij Mij behoorden. Zij verspreidden leugens over Mijn apostelen, trachtten Mij op vele manieren te schande te maken en kenden vlagen van woede wanneer ze Mij niet fysiek konden bedreigen. Ze zouden Mij gedood hebben indien ze Mij vóór Goede Vrijdag hadden kunnen vangen – indien Ik Mijzelf niet beschermd had. Hun haat, hun leugens, de laster die zij over Mijn Missie verspreidden en hun valse beschuldigingen tegen Mij, verbreidden zich in alle steden en dorpen, lang vóór de dag waarop Ik uiteindelijk werd verraden door een van Mijn Getrouwen.

Het venijn dat uit de mond van Mijn vijanden stroomde, kwam van het serpent dat hun zielen had aangetast. Zij imiteerden hem op elke wijze – zij schreeuwden in een gewelddadige razernij tegen Mij, hoewel hun beschuldigingen vals waren en zonder betekenis. Zij spuwden naar Mijn apostelen, folterden Mijn leerlingen zowel als de onfortuinlijke mannen die zij verkeerdelijk voor Mij aanzagen. Zij probeerden anderen, die (nog) niet van Mij gehoord hadden, tegen Mij op te zetten en uitten boosaardigheden tegen diegenen die zij niet konden overtuigen Mij aan de kaak te stellen. Elke duivel uit de diepste krochten van de hel kwelde Mij tijdens Mijn laatste weken op Aarde, toen Mijn Woord in het hart van velen was doorgedrongen en duizenden bekeerd had.

Toen Mijn Aanwezigheid op zijn sterkst was, werd de haat nog intenser en het gebrul van Mijn tegenstanders geleek op dat van wilde dieren. Mensen die de groep van Farizeeën vervoegden om Mij bestraffing op te leggen, werden even slecht als diegenen die hen  ophitsten tot een kwade razernij tegen Mijn Persoon. Ik werd ervan beschuldigd onrein te zijn in Lichaam en Ziel. Zij zegden dat Mijn Woord van onreine geesten kwam. Zij vertelden dat Ik vals getuigenis aflegde tegen Moses en dat Ik door de Boze gezonden was om hun zielen te verderven. Zij wilden de Liefde niet kennen die Ik verspreidde, noch de bekering om elkaar lief te hebben die Ik onder hen tot stand bracht, noch de wonderen die Ik deed. Terwijl ze schunnigheden tegen Mij scandeerden, gedroegen zij zich opschepperig en trots en tegelijk lasterden zij tegen God, zij beweerden in Zijn Naam te spreken. Dat is precies de manier waarop Satan de mensen bedriegt.

Zij die tegen Mij lasterden tijdens Mijn Kruisiging, leven niet in Mijn Koninkrijk, want zij ondergingen de ergste bestraffing. Mijn Vader zal ieder vernietigen die zegt dat Ik spreek met de stem van Satan. Dus aan diegenen onder jullie die beweren dat Mijn Stem die van de duivel is: weet dat jullie lijden erger zal zijn dan de dood. Jullie tong zal niet langer het venijn uitbraken dat Satan in jullie zielen heeft geplant; jullie ogen zullen niet langer zien want jullie verlangen alleen naar duisternis – en zo zal het zijn. Jullie oren zullen nooit de zoetheid van Mijn Stem aanhoren, want jullie weigeren te luisteren – en zo zal het zijn. Jullie hart is liefdeloos en daarom zal het nooit liefde voelen, eens jullie de Liefde van God hebben buitengesloten. Jullie woorden zullen jullie ondergang zijn en wanneer jullie Mij ervan beschuldigen kwaad te spreken, Mij, jullie Heer God, Heiland en Verlosser van de hele mensheid, dan zullen zij nooit meer gehoord worden. Zij zullen sterven.

Mijn Toorn in deze tijd, tegen de huichelaars die de wereld rondzwerven en doen alsof ze van Mij komen, is onverdraaglijk en Mijn Bestraffing zal ieder van jullie overkomen die naar Mij spuwt. Weg van Mij hebben jullie weinig invloed op Mij. Ik zal jullie verwerpen.

Wanneer Ik het geschreeuw hoor van diegenen die in hun ziel bezeten zijn door de haat van Satan en die openlijk hun trouw aan Mij betuigen, dan voel Ik mij Ziek. Zij doen Mij walgen en zijn niet beter dan diegenen die streden om de eerste nagel in Mijn Lichaam te hameren.

Nu Goede Vrijdag nadert zullen diegenen die Mij kwellen en elk spoor van Mij trachten te verwijderen, op die dag zwaar te lijden hebben. Op die dag, wanneer jullie Mijn Pijn ondergaan die jullie gegeven wordt om jullie tot bezinning te brengen, dan zullen jullie weten dat Ik jullie roep. Ik doe dat, niet omdat jullie ook maar een greintje van Mijn Sympathie verdienen, maar omdat Ik jullie bemin – ondanks alles. Op die dag verzoek Ik jullie om als volgt beroep te doen op Mij:

“Jezus, vergeef mij om het leed dat ik Uw Lichaam, Uw Woord en Uw Godheid heb aangedaan.”

Ik zal antwoorden en jullie helpen om tot Mij te komen, met Liefde en Vreugde in Mijn Hart.

Jullie Jezus