732 - Zijn troon werd gestolen. Zijn macht echter niet.
Woensdag 13 maart 2013, 21.20 u.

Mijn zeer geliefde dochter, Ik ben voor de tweede keer ter dood veroordeeld. De belediging van de beslissing in Rome, waarvan jullie vandaag getuige zijn, snijdt Mij in tweeën.

Toen Ik voor Mijn scherprechters stond, beschuldigd van ketterij en omdat Ik het waagde om de Waarheid te spreken, liepen Mijn apostelen weg en waren nergens te vinden. Zij die Mij volgden en Mijn Leer aanvaardden, lieten Mij in de steek toen Mijn Woord door de gezagsdragers werd betwist. Zij begonnen hun vertrouwen in Mij te verliezen en zij begonnen aan Mij te twijfelen.

Sommige van Mijn volgelingen geloofden in de misdaad van ketterij waarvan Ik beschuldigd werd en dat die (aanklacht) gerechtvaardigd was. Mijn aanklagers – mannen in hoge posities, in ongewone gewaden en die wandelden en spraken met gevoel voor  echte autoriteit -  waren zo machtig dat maar weinigen aan hen twijfelden.

Ik werd verhoord, uitgedaagd, bespot, vernederd, gekleineerd, belachelijk gemaakt en gehoond omdat Ik de Waarheid sprak.  Mensen vielen neer voor deze heersers – mannen met machtige stemmen wiens gezag nooit in vraag gesteld werd. Mijn Stem werd als het ware een fluistering te midden van het gebrul van Mijn aanklagers.

“Ketter” – riepen zij. Zij zegden dat Ik met een boosaardige tong sprak, dat Ik tegen God lasterde en dat Ik hun kerk wilde vernietigen. En dus vermoordden zij Mij in koelen bloede.

Het zal nu niet anders zijn wanneer Ik Mijn Stem probeer te laten kennen, wanneer Ik tracht om al Gods kinderen te waarschuwen omtrent gebeurtenissen waarover Ik je de laatste paar jaren gesproken heb, Mijn dochter. Mijn Woord zal met verachting behandeld worden. Mijn Woord zal in vraag gesteld worden. Twijfels zullen binnensluipen en, eens te meer, zullen Mijn apostelen weglopen en Mij aan de wolven overlaten.

Vergis jullie niet, de Waarheid werd jullie geopenbaard. Ik heb jullie gezegd, Mijn volgelingen, hoe jullie zouden bedrogen worden. Dit zal zeer moeilijk voor jullie zijn omdat jullie deze bedrieger die in Mijn Vaders Huis zit, zullen in vraag stellen.

Mijn geliefde Paus Benedictus XVI werd vervolgd en vluchtte, zoals voorzegd. Ik heb deze persoon, die beweert in Mijn Naam te komen, niet aangesteld.

Hij, Paus Benedictus, zal Mijn volgelingen naar de Waarheid leiden. Ik heb hem niet verlaten en Ik zal hem dicht aan Mijn Hart drukken en hem de troost schenken die hij in deze verschrikkelijk tijd nodig heeft.

Zijn troon werd gestolen. Zijn macht echter niet.

Jullie Jezus